Blog Cherie- Het einde van winter op Sardinie.

Winter Sardinie

Na de verjaardag van moeder blijft Gerard nog 14 dagen. Er wordt hard gewerkt. Alle ramen, luiken en deuren plus tafels en stoelen buiten worden in de botenlak gezet. Ook er wordt veel gewandeld naar het bergmeertje en omgeving en met de auto maken we samen met moeder gezellige tripjes. We drinken ergens een cappuccino of een aperatiefje.

Als Gerard vertrokken is komen Annique (oma Dingjan) en Monique Dingjan en zij zullen Jim weer mee terug nemen naar Nederland. Het is erg gezellig, maar met de 9 pups van Luna wel erg druk. Annique schrijft in het gastenboek: Elke dag moeten er 3 x daags 16 monden worden gevoed. Jim verzorgen en alles heel houden, dweilen, de honden box schoonhouden en oma oprapen als ze gevallen is. En tot twee maal toe Jim bevrijden, als hij zichzelf heeft opgesloten.

Zondag 14 maart

’ s Morgens of liever gezegd ’s nachts 5 uur breng ik Annique, Monique en Jimmyboy naar Cagliari. Jim en ik nemen huilend afscheid, hij is dan weer een tijdje bij ons geweest.

Nu even druk met de pups. Ze zijn inmiddels 6 weken. De buren nemen er èèntje mee en twee worden er opgehaald door een echtpaar uit het dorp. Met zes gaat het al weer beter. Na 8 weken gaan er nog vier naar een herder. Ik houd er zelf twee, de kleinste, deze moeten natuurlijk ontwormd en ingeent worden. Daar helpt Marion me mee door alvast bij de dierenarts te gaan zitten en mij daar op te vangen.

In april komen Herman en Thea, maar deze zijn amper gearriveerd als er wordt gebeld voor Thea en haar wordt meegedeeld dat haar moeder plotseling is overleden. Ze kan de volgende dag vroeg weer naar Nederland. Dat was een domper. Herman blijft nog een paar dagen en gaat dan met zijn auto weer terug. Het is prachtig weer , maar eind april begint het te regenen en de gasten, die dan komen treffen het niet. Het wordt veel binnen zitten, vooral ’ s avonds. En er worden allerlei spelletjes gedaan, heel gezellig.

Mijn moeder

Moeder gaat slecht zien, soms bijna niets. TV kijken doet ze niet meer, ze kan het niet meer volgen. Ze vindt het wel goed geweest. Ze praat veel over vroeger. Steeds vaker zegt ze:” lieverd, als je me ’ s morgens vindt en ik ben er niet meer, schrik dan niet. Denk dan wat fijn, dat ze niet heeft hoeven te lijden. Ze heeft een prachtig leven gehad en voel je vooral niet schuldig, want je bent een geweldige dochter geweest. Het doet pijn als ze erover spreekt, maar ik weet dat eens die dag zal komen. Maar nu nog niet, hoop ik.

In mei komen Gerard, Mary en Jeanne, de moeder van Mary. Jeanne en moeder kunnen het samen goed vinden. Mary gaat heerlijk naar het strand. Gerard en ik doen boodschappen en kokkerellen. De twee dames zitten buiten onder de parasol te keuvelen over vroeger. Ik hoor ze veel lachen, dat is zo fijn en ik denk maar even niet meer aan de sombere gedachten.

Toen wist ik nog niet dat de gevreesde dag snel kwam dan verwacht.

Monique Van Proosdij